| |
|
 |
De burcht van Burg-Reuland
In 1689 verscheen de Franse Koning Lodewijk XIV met zijn heer in ons gebied, dat toen tot Spanje behoorde. De Fransen schoten de burcht Reuland in brand en veroverden hem. Doch moesten ze al in 1714 het veroverde land aan Oostenrijk afgeven, dat het nu tot 1791 behield.
Graaf Ferdinand van Berg was in deze tijd Heer van Reuland. Toen hij in 1763 kinderloos stierf, viel Reuland aan Luxemburg terug, dat het nu door beheerders liet regeren. De laatste bewindvoerder heette Johan Georg Franziskus Wolf. Intussen was in Frankrijk de grote Revolutie uitgebroken. De Fransen veroverden 1789 Reuland en verwoestten het slot. 1804 werd het op afbraak verkocht. De ruine en de daartoebehorende goederen gingen over in het bezit van de familie Mayeres uit Reuland. Nu behoort de ruine aan de Belgische Staat, die hem in bescherming genomen heeft. De Heer van Reuland bezat een met grachten omgeven slot, met drie viswijvers en een schaapskooi. Naast het slot waren veel tuinen en akkervelden, schuren en weiden.
De kapel U.L.F. was in het bezit van de kasteelheer. De lage, middelbare en hoge gerechtscompetentie over Reuland en omgeving, zoals ook een deel van de gerechtscompetentie over Thommen kwam hem toe. De Heer benoemde de rechter en de zeven schepenen. Hij had ook het recht een bijzonder leenhof op te bouwen. Hem stond ook het recht van de jaagd en het vissen toe. De molens te Reuland, Dürler, Thommen, Crombach en Ourthe behoorden aan de Heer. De leenmannen der heerschappij Reuland moesten hun leen bij het leenhof te Reuland ontvangen. Bij elke verandering of bij doodgeval van een heer of van een vazal moest het leen opnieuw ontvangen worden. In het eerste geval betaalde de vazal een gouden en een zilver munt, niet te klein en niet te groot. Als een vazal stierf, moeten zijn erfgenamen 26 Schilling aan de heer betalen.
Een groot aantal van gehuchten moesten herendienst presteren. De Heer van Reuland was erfthesaurier van het Hertogdom Luxemburg en het Graafschap Chiny en had het beschermerrecht over de pastories Reuland, Thommen, Besslingen, Lommersweiler en Limerlé.
De ruine omvat een gebouwencomplex van 65 bij 55 meter, waarvan de contouren het dorp Reuland beheersen. Vroeger waren aan drie zijden hoge muren opgetrokken. Aan de noordzijde bevond zich een diepe gracht, die aan die zijde de toegang onmogelijk maakte. Thans is deze gracht verdwenen. Aan de zuidzijde bevindt zich nog de hoge en indrukwekkende toren, genaamd „Bergfried“, waarschijnlijk een der oudste delen van het kasteel (14e eeuw).
Op het noordwesten staat een bijzonder mooie toren met afgeronde hoeken. Aan de drie kanten, die niet door de slotgracht werden verdedigt, bevinden zich halfronde bolwerken. Het westelijke bolwerk steekt iets verder naar buiten dan de andere verdedigingswerken. Uit het feit dat de trans van dit bolwerk versierd is met het wapen van de familie von Pallant, voorzien van het jaartal 1604, zou kunnen worden afgeleid dat dit deel van het kasteel in die periode werd vergroot. Vertaald door de leerlingen van de derde A. van de Paul Gerardy School te Reuland.
... terug
|
|
|
|